Ik ben een boek aan het lezen van Thomas L. Friedman. In ‘De toekomst is groen – warm, plat en vol’ schets hij een scherpzinnig en vrijwel allesomvattend beeld van het huidige tijdsgewricht. Zoals je van een columnist van de New York Times mag verwachten is het goed gedocumenteerd en leest het prettig. Het boek, dat al in 2008 uitkwam, maar nog steeds bijzonder actueel is, vat de situatie van de wereld samen in 3 kenmerken: warm, plat en vol.

  • Warm: de planeet heeft in de woorden van Al Gore koorts; aan mensen kun je zien welk effect een kleine stijging van de (lichaams)temperatuur heeft.
  • Plat: wereldwijd maakt de middenklasse demografisch een steeds groter deel uit van de bevolking en dit percentage stijgt. Al deze mensen willen -heel begrijpelijk- ook consumeren op het niveau van West-Europese en Noord-Amerikaanse standaarden.
  • Vol: je staat er niet elke dag bij stil, maar het zijn behoorlijk verontrustende cijfers. Tussen 2008 en 2050, in slechts 42 jaar tijd, zal de totale wereldbevolking stijgen van 5,7 miljard tot 9,2 miljard. Dat is een stijging van 40 tot 45%. Deze stijging zal grotendeels plaatsvinden in ontwikkelingslanden. Landen dus die nu al de grootst mogelijke moeite hebben – door geografische, klimatologische en/of politieke redenen – om hun hoofd boven water te houden.

Bovenstaande kenmerken lijken redelijk vaststaande en op de korte tot middellange termijn onveranderlijke feiten. Klimatologische veranderingen, bevolkingsgroei of een consumeerwoede beteugel je immers niet zo maar. Maar dat er IETS moet gebeuren dat staat wel vast.

Friedman schetst 5 kernproblemen die het gevolg zijn van de kenmerken, warm, plat en vol. Hoe wij als wereldmaatschappij met deze kernproblemen omgaan, bepaalt volgens hem de ‘uitkomst’ van wat hij het energie- en klimaattijdperk noemt.

  1. Toenemende vraag naar steeds schaarsere energie en natuurlijke hulpbronnen, waaronder voedsel en water.
  2. Grootschalige overdracht van rijkdom naar olierijke landen en hun oliedictators.
  3. De klimaatverandering.
  4. De energiearmoede die de wereld scherp verdeeld in ‘stroomhebbers’  en ‘stroomontbeerders’.
  5. De snelle teloorgang van biodiversiteit van planten en dieren.

Al deze 5 kernproblemen hebben met elkaar gemeen dat ze allen verstrekkende, niet lineaire en onomkeerbare verstoringen ten gevolge hebben. Er moet dus iets gebeuren. Friedman roept op tot een groene energie revolutie.