Donderdag 13 maart bracht Jan Rotmans, hoogleraar transitiemanagement aan de EUR, weer een bezoek aan de Green Chemistry Campus. Hij ontmoette daar Thoolse agrariërs en vertegenwoordigers van ZLTO om samen te kijken naar mogelijkheden tot samenwerking tussen de agrarische en chemische sector. De grote uitdaging: alles wat agrariërs op hun land hebben staan, dus ook reststromen, optimaal verwaarden. De ontmoeting smaakte naar meer; later dit jaar vindt een vervolgontmoeting plaats.

GCC_4213

De agrariërs tonen veel interesse in de biobased toepassingen die in een vitrine in het Campus Innovation Center op de Green Chemistry Campus tentoon worden gesteld. Zo worden onder meer de pigmenten uit meekrap van Rubia Natural Colours, het vogelhuis van bermgras van Millvision en de potjes van bioplastic van PlantyPot aandachtig bekeken. En het roept direct de vraag op die centraal zal staan deze middag: hoe kunnen agro en chemie met elkaar verbonden worden?

Een tot de verbeelding sprekend voorbeeld is Nova Lignum, een initiatief van de auberginetelers van Green Brothers uit Zevenbergen, om gevelplaten te produceren uit de reststengels van de aubergineteelt.

Dennis van der Pas, manager van de Green Chemistry Campus, legt de aanwezigen uit dat de Campus bedrijven helpt om succesvol hoogwaardige biobased materialen, chemicaliën en coatings te ontwikkelen. Daarnaast participeert de Campus in Biorizon, een grensoverschrijdend Shared Research van TNO en VITO dat zich richt op de rendabele ontwikkeling van functionele biobased aromaten.

Biobased economy biedt enorme kansen voor agrariërs

Rotmans schetst een niet al te rooskleurig beeld van de toekomst van boeren in Nederland en geeft aan dat hij naar Bergen op Zoom is gekomen om te helpen. Hij ziet op de middellange termijn namelijk enorme kansen voor boeren om hun agrarische reststromen te verwaarden via de chemische industrie. Daarnaast kunnen boeren inkoopkosten reduceren door op eigen erf bijvoorbeeld energie op te wekken of grondstoffen te creëren door vergisting of mobiele pyrolyse.

Rotmans -en met hem de aanwezigen agrariërs- wil graag weten aan welke biomassa de vestigers van de Campus en SABIC behoefte hebben. Dat blijkt een vraag die nu nog lastig te beantwoorden is. Van der Pas licht toe dat het op het terrein van SABIC Innovative Plastics, waar de Green Chemistry Campus is gevestigd, niet mogelijk is om op grote schaal afvalstromen uit de agrarische industrie te verwerken. Alle productieprocessen zijn ingericht op petrochemische stromen die geen water bevatten. Natte biomassa is op dit moment beter op zijn plaats op de toplocaties Nieuw Prinsenland en op proefboerderij Rusthoeve. Los van de geschiktheid van de locatie is er nu nog simpelweg geen markt voor zaken als bermgras, lignine of paprikastengels. Dat is iets dat de komende jaren tot stand zal komen. De aanwezige agrariërs geven aan reststromen beschikbaar te hebben afkomstig uit de teelt van aardappelen, graan, suikerbieten, cichorei, bloembollen, maïs, graszaad, uien en vlas.

Maximale verwaarding van reststromen

Waar de aanwezigen het roerend over eens zijn is dat bij de productie van biobased materialen en chemicaliën enkel en alleen gebruik mag worden gemaakt van agrarische reststromen zodat er niet wordt geconcurreerd met de voedselvoorziening. Daarnaast blijkt het bewaken van voldoende organische stof in de bodem een onderwerp dat de agrariërs nauw aan het hart gaat. Nu exporteert Nederland fosfaten en mineralen, terwijl aan de andere kant kunstmest wordt geïmporteerd. De natuurlijke kringlopen moeten weer terugkomen.

Nu nog 20 keer Nederland nodig voor biomassa

De biobased economy, waarin plantaardige reststromen petrochemische stromen vervangen, is nog volop in ontwikkeling. Rotmans geeft aan dat we op dit moment 20 keer de oppervlakte van Nederland nodig hebben om aan de vraag naar biomassa te voldoen. Dat komt met name doordat heel veel biomassa nu wordt verbrand om energie op te wekken, terwijl er nog zoveel meer waardevolle stoffen uit gehaald kunnen worden voordat tot verbranding wordt overgegaan. Het optimaal verwaarden van biomassa en daarmee de transitie naar een biobased economy is een belangrijk thema voor de industrie en de politiek.

De conclusie van de middag is dat het een geslaagde ontmoeting was en dat in een vervolggesprek enerzijds gekeken zal worden naar concrete mogelijkheden voor boeren om te experimenteren met hun biomassa en anderzijds naar links met de chemische industrie.

Wordt vervolgd!

 

MOLCOM Communicatieadvies verzorgt de marketingcommunicatie van zowel de Green Chemistry Campus als Biorizon en schreef dit artikel in opdracht van de Green Chemistry Campus naar aanleiding van het bezoek van Jan Rotmans en ZLTO.